Overzicht van de financiële risico's
Hier worden een aantal financiële risico's geschetst alsook de mogelijkheden waarover het bestuur beschikt om die risico's te dekken.
Risico's inzake schuldbeheer
Terug naar navigatie - Overzicht van de financiële risico's - Risico's inzake schuldbeheerAlle schulden worden met klassieke leningen gefinancierd. Het gros van de uitstaande schuld bestaat uit leningen met een vaste rentevoet of leningen waaraan een structuur gekoppeld is om de renterisico’s maximaal te beperken.
De schuld werd de voorbije jaren verder afgebouwd: van 68 mln EUR begin 2020 naar 21.3 mln EUR eind 2025.
In de periode 2026-2031 wordt de opname van nieuwe leningen gebudgetteerd. Schuldfinanciering is nodig in functie van de investeringsplanning. Over de volledige looptijd van het mjp worden voor 130 mln EUR nieuwe leningen ingeschreven.
Deze leningen zullen slechts worden opgenomen in functie van de effectief gerealiseerde investeringen en de bijhorende financieringsnoden. Een gunstig rekeningresultaat kan aangewend worden om het bedrag aan op te nemen leningen naar beneden bij te stellen.
In het meerjarenplan is ook een nieuwe DBFM-overeenkomst opgenomen voor Groeipunt Campus Lokeren. De financiële schulden stijgen hierdoor met 74 mln EUR (voorlopige inschatting van het totaal van de jaarlijkse vergoeding aan het consortium dat het ontwerp, de bouw, de financiering en het onderhoud voor 30 jaar op zich neemt).
In het schema “T3 – Evolutie van de financiële schulden” mag de tussenkomst van Vlaanderen in de jaarlasten van de DBFM-overeenkomst niet opgenomen worden. Deze tussenkomst bedraagt ca. 71,5% van de totale leasingschuld van 74 mln EUR.
Hierdoor geeft schema T3 een negatief vertekend beeld van de reële schuld.
Provincie Oost-Vlaanderen heeft momenteel twee DBFM-contracten (design, build, finance and maintain) lopen, afgesloten met Scholen voor Morgen:
- DBFM Assenede, uitstaande schuld eind 2025 bedraagt 4.2 mln EUR
- DBFM Hamme, uitstaande schuld eind 2025 bedraagt 3.9 mln EUR
De Vlaamse overheid staat in voor resp. ca. 84% (Assenede) en 72% (Hamme) van de jaarlijkse aflossingen.
In het schema T3 – overzicht van de financiële schulden dient het bruto-bedrag van deze DBFM-schulden opgenomen te worden, wat een negatief vertekend beeld van de reële schuld geeft.
Het schuldbeheer probeert volgende risico’s te beperken:
- Renterisico – hogere intrestlasten door wijzigende marktrente
- De huidige uitstaande schuld zal in 2031 volledig afgelost zijn. Het renterisico is volledig afgedekt.
- Voor de op te nemen schulden is een rentevoet van 3% gebudgetteerd. Via actief schuldbeheer wordt gestreefd naar een evenwicht tussen enerzijds lage rentevoeten en anderzijds een stabiele rentevoet op middellange termijn.
- Aflossingsrisico – terugbetalingsmoeilijkheden (bv. bij bulletleningen)
- De huidige schuld is opgenomen in de vorm van een klassieke lening of DBFM-constructies met periodieke aflossingen, waardoor het aflossingsrisico nauwelijks of niet speelt.
- Herfinancieringsrisico – onvoldoende financiering beschikbaar voor toekomstige investeringen
- Door de zeer gezonde financiële situatie van Provincie Oost-Vlaanderen speelt dit risico niet.
Op 31/12/2025 bedraagt de totale uitstaande schuld: 21.360.109,53 EUR:
- Leasingschulden en soortgelijke schulden (o.a. DBFM, erfpacht): 10.003.742,83 EUR
- Schulden aan kredietinstellingen: 11.356.366,70 EUR
Onderstaande tabel toont de evolutie van de uitstaande schuld aan kredietinstellingen volgens eindjaar (excl. nieuw op te nemen leningen):

Risico's inzake wegvallen van exploitatie-ontvangsten
Terug naar navigatie - Overzicht van de financiële risico's - Risico's inzake wegvallen van exploitatie-ontvangstenDe provincie haalt een belangrijk deel van haar ontvangsten uit de opcentiemen op de onroerende voorheffing. Beslissingen van de Vlaamse regering met een impact op de belastbare basis (bv. ruimere vrijstellingen onroerende voorheffing bij investeringen om woningen klimaatneutraal te maken), kunnen een impact hebben op de belastingontvangsten.
Risico's inzake stijgende exploitatie-uitgaven
Terug naar navigatie - Overzicht van de financiële risico's - Risico's inzake stijgende exploitatie-uitgavenDe belangrijkste risico’s zijn gesitueerd op het vlak van de stijgende pensioenverplichtingen en inflatie.
Het risico m.b.t. de pensioenverplichtingen wordt verderop toegelicht.
Het inflatierisico vereist een continue monitoring van de exploitatiekredieten. Bij de opmaak van het meerjarenplan is voor personeelskredieten en kredieten voor goederen en diensten rekening gehouden met een stijgingspercentage van 2%.
Daar een belangrijk deel van de ontvangsten (opcentiemen onroerende voorheffing, algemene provinciebelasting…) geïndexeerd worden, wordt het risico ingeschat als beheersbaar. Dit bleek ook tijdens de voorbije energiecrisis met sterk oplopende inflatie.
Risico's als gevolg van borgstellingen
Terug naar navigatie - Overzicht van de financiële risico's - Risico's als gevolg van borgstellingenDe totale openstaande schuld waarvoor de provincie borg staat bedraagt 6.762.520,26 EUR op 31/12/2024. In onderstaande tabel een detail van de verstrekte waarborgen:
| Organisatie | Toestand 31/12/2024 |
| Euro-Kartoenale | 22.866,49 |
| Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij Oost-Vlaanderen: waarborg voor de financiering van de uitbreiding van een doorgangsgebouw in Maldegem | 203.922.85 |
| Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij Oost-Vlaanderen: waarborg voor de financiering van het LTEC (Logistiek Test Centrum) in het kader van de bedrijventerreinontwikkeling "Tech Lane Ghent" |
6.535.730,92 |
|
6.762.520,26 |
Het aantal borgstellingen werd de voorbije legislatuur verder afgebouwd. De resterende borgstellingen betreffen leningen van POM O-Vl; risico op uitwinning van de waarborg door wanbetaling wordt als verwaarloosbaar beschouwd.
Risico's inzake thesauriebeheer
Terug naar navigatie - Overzicht van de financiële risico's - Risico's inzake thesauriebeheerDe beschikbare middelen worden belegd conform de bepalingen van het organisatie-beheersingssysteem, zoals vastgesteld door de provinciegriffier (besluit van 26 juni 2025). Het organisatiebeheersingssysteem streeft naar een maximale beheersing van de risico’s verbonden aan het thesauriebeheer.
Belangrijke elementen van dit beleggingsreglement zijn de kapitaalsgarantie en het streven naar het hoogst mogelijke rendement in combinatie met het laagst mogelijke renterisico. De beleggingen zijn zo duurzaam en ethisch mogelijk. Ook worden een aantal criteria inzake de tegenpartij bepaald.
Risico's inzake de verplichtingen tegenover verbonden partijen
Terug naar navigatie - Overzicht van de financiële risico's - Risico's inzake de verplichtingen tegenover verbonden partijenDe lijst met verbonden ondernemingen is bijgevoegd als toelichting bij het meerjarenplan. Er zijn geen bijzondere verplichtingen tegenover deze partijen.
De decretale en wettelijke verplichtingen t.o.v. de erkende erediensten en de instelling voor morele dienstverlening worden strikt gemonitord.
Risico's inzake pensioenlasten
Terug naar navigatie - Overzicht van de financiële risico's - Risico's inzake pensioenlastenDe pensioenlasten voor de provincies en gemeenten dreigen de komende jaren sterk te stijgen. Om het stelsel betaalbaar te houden zal de responsabiliseringsbijdrage steeds nauwer aansluiten bij de reële pensioenlasten van elk individueel bestuur. Provincie Oost-Vlaanderen heeft via het OFP Pensioenfonds Provincie Oost-Vlaanderen voldoende reserves opgebouwd om op middellange termijn deze stijgende pensioenverplichtingen te kunnen financieren. Het afbouwen van de statutaire benoemingen en de overname van een gedeelte van de pensioenverplichtingen van het APB Zorgcentrum Lemberge hebben een negatieve impact op de pensioenlasten. Via de jaarlijkse actuariële berekeningen wordt deze evolutie strikt gemonitord en kan waar nodig bijgestuurd worden.
De verhoging van de basisbijdragevoet van 44% naar 45% in 2025 en de responsabiliserings-bijdragevoet (75.5% in 2025) wordt volledig gefinancierd door het OFP Pensioenfonds.
De pensioenverplichtingen van Provincie Oost-Vlaanderen bestaan uit eerste pensioenpijler (wettelijke pensioenen) en tweede pensioenpijler (aanvullende pensioenen):
- Gesolidariseerde pensioenfonds (GPF) van de provinciale en plaatselijke besturen
- Rust- en overlevingspensioenen van de statutaire personeelsleden
- OFP Pensioenfonds van de Provincie Oost-Vlaanderen
- de oudste rust- en overlevingspensioenen van de gepensioneerde statutaire personeelsleden van de Provincie Oost-Vlaanderen die niet overgenomen werden door het gesolidariseerd pensioenfonds van de Federale Pensioendienst;
- de rust- en overlevingspensioenen van de gedeputeerden van de Provincie Oost-Vlaanderen;
- de toekomstige verhogingen van de basisbijdragevoet boven 41,50% en de responsabiliseringsbijdrage, verschuldigd aan het gesolidariseerd pensioenfonds van de Federale Pensioendienst, zolang de financieringsgraad het toelaat.
- Prolocus – 2e pensioenpijler contractuele personeelsleden
- Ethias – groepsverzekering aanvullende pensioenen personeel vroegere vzw De Gavers
Het Gesolidariseerde pensioenfonds (GPF) van de provinciale en plaatselijke besturen
De Provincieraad besliste om per 1 januari 2016 toe te treden tot het GPF. De toenemende financieringsvereisten voor het OFP Pensioenfonds van de Provincie Oost-Vlaanderen en de geplande afslanking van de Provincies, waarbij het aantal statutairen in de persoonsgebonden sectoren afgebouwd werd, waren argumenten om toe te treden.
Bij de toetreding werden de rust- en overlevingspensioenen van de gewezen statutaire personeelsleden overgenomen tot beloop van de basispensioenbijdrage (41.5% van de loonmassa).
Het gedeelte van de pensioenlast (de oudste rust- en overlevingspensioenen) boven de basispensioenbijdrage bleef ten laste van Provincie Oost-Vlaanderen. Deze worden gefinancierd vanuit het OFP Pensioenfonds van de Provincie Oost-Vlaanderen.
Het aantal actieve statutaire personeelsleden bedraagt 480.
Na de toetreding tot het GPF worden de bestaande pensioenreserves verder beheerd door het OFP Pensioenfonds van de Provincie Oost-Vlaanderen. Dankzij de opgebouwde reserves in het OFP, blijft de reële pensioenlast voor Provincie Oost-Vlaanderen beperkt tot 34 % werkgeversbijdrage op de statutaire loonmassa.
Op basis van de recentste actuariële studie blijft die financiering ook op lange termijn gegarandeerd.
| Pensioenlast Provincie Oost-Vlaanderen (niet gefinancierd door OFP Pensioenfonds Provincie Oost-Vlaanderen) |
||||||||||||
| 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | B2025 | B2026 | B2027 | B2028 | B2029 | B2030 | B2031 | |
| werkgeversbijdragen (34%) | 7.898.298 | 7.746.180 | 8.326.412 | 9.102.210 | 8.872.011 | 10.079.731 | 9.736.686 | 9.923.231 | 10.094.240 | 10.296.124 | 10.502.047 | 10.712.088 |
OFP Pensioenfonds van de Provincie Oost-Vlaanderen
Het OFP financiert:
- de oudste rust- en overlevingspensioenen die bij de aansluiting niet overgedragen werden naar het Gesolidariseerd Pensioenfonds;
- de rust- en overlevingspensioenen van de gedeputeerden van de Provincie Oost-Vlaanderen.
Voor beide verplichtingen moeten voldoende reserves aangehouden worden, zoals bepaalt in de wet op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen en strikt gecontroleerd door o.m. FSMA.
Per 31 december 2024:
- aantal aangeslotenen: 45 personen (4 actieven, 7 slapers en 34 rentegenieters);
- Lange termijn technische voorziening: 21.7 mln EUR.
Daarnaast zal het OFP Pensioenfonds van de Provincie Oost-Vlaanderen, zolang de financieringsgraad het toelaat, de responsabiliseringsbijdrage en de toekomstige verhogingen van de basisbijdrage (verhoging boven het huidige niveau van 41,50%) financieren.
Per 31 december 2024 bedraagt de lange termijnvoorziening hiervoor 172.5 mln EUR
In onderstaande tabel een overzicht van de pensioenlasten die door het OFP Pensioenfonds O-Vl gefinancierd worden.
| 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 (raming) | |
| Basisbijdrage boven 41,5% | 300.954,65 | 548.325,89 | 748.241,85 | 802.731,69 | ||
| pensioenen vastbenoemden | 488.070,19 | 315.702,88 | 368.732,74 | 295.195,57 | 240.099,88 | 343.707,48 |
| overlevingspensioenen vastbenoemden | 291.357,10 | 331.238,65 | 216.937,36 | 216.917,98 | 208.742,00 | 64.581,38 |
| pensioenen mandatarissen | 515.095,20 | 511.340,89 | 480.072,31 | 621.386,46 | 671.588,52 | 593.731,34 |
| Totaal pensioenen | 1.294.522,49 | 1.158.282,42 | 1.065.742,41 | 1.133.500,01 | 1.120.430,40 | 1.002.020,20 |
| Responsabiliseringsbijdrage | 793.178,46 | 1.057.867,71 | 1.307.502,12 | 1.969.444,92 | 2.399.382,48 | 3.137.154,75 |
| pensioenaandelen aan andere kassen | 683.359,81 | 666.145,31 | 666.145,31 | 685.651,25 | 716.083,37 | 696.122,48 |
| pensioenaandelen van andere kassen | -89.962,22 | -15.149,53 | -13.588,59 | -14.589,87 | -14.162,45 | -14.105,79 |
| Totaal pensioenaandelen andere kassen | 593.397,59 | 650.995,78 | 652.556,72 | 671.061,38 | 701.920,92 | 682.016,69 |
| Totaal pensioenlast | 2.681.098,54 | 2.867.145,91 | 3.326.755,90 | 4.322.332,20 | 4.969.975,65 | 5.623.923,33 |
| 2026 (raming | 2027 (raming) | 2028 (raming) | 2029 (raming) | 2030 (raming) | 2031 (raming) | |
| Basisbijdrage boven 41,5% | 802.731,69 | 802.731,69 | 802.731,69 | 802.731,69 | 802.731,69 | 802.731,69 |
| pensioenen vastbenoemden | 336.968,12 | 330.360,90 | 323.883,23 | 317.532,58 | 311.306,45 | 305.202,41 |
| overlevingspensioenen vastbenoemden | 63.315,08 | 62.073,61 | 60.856,48 | 59.663,21 | 58.493,35 | 57.346,42 |
| pensioenen mandatarissen | 582.089,55 | 570.676,03 | 559.486,30 | 548.515,98 | 537.760,77 | 527.216,44 |
| Totaal pensioenen | 982.372,75 | 963.110,53 | 944.226,01 | 925.711,78 | 907.560,57 | 889.765,26 |
| Responsabiliseringsbijdrage | 3.965.904,00 | 4.981.339,00 | 6.023.842,00 | 6.983.722,00 | 7.850.755,00 | 8.750.755,00 |
| pensioenaandelen aan andere kassen | 696.122,48 | 696.122,48 | 696.122,48 | 696.122,48 | 696.122,48 | 696.122,48 |
| pensioenaandelen van andere kassen | -14.105,79 | -14.105,79 | -14.105,79 | -14.105,79 | -14.105,79 | -14.105,79 |
| Totaal pensioenaandelen andere kassen | 682.016,69 | 682.016,69 | 682.016,69 | 682.016,69 | 682.016,69 | 682.016,69 |
| Totaal pensioenlast | 6.433.025,13 | 7.429.197,91 | 8.452,816.39 | 9.394.182,16 | 10.243.063,95 | 11.125.268,64 |
Prolocus: tweede pensioenpijler voor de contractuele personeelsleden
Vanaf 1 januari 2010 werd een tweede pensioenpijler voor de contractuele personeelsleden opgericht.
De opdracht werd uitgevoerd door het consortium Ethias/Belfius. Het betrof een tweede pijlerpensioenregeling met een defined benefit toezegging (een vast rendement op de toegekende bedragen).
De pensioentoezegging evolueerde van 1% vanaf 2010, over 2% vanaf 2012 tot 3% op het pensioengevend loon vanaf 2018.
Per 1 januari 2022 zegde het consortium Ethias/Belfius het contract op, onder druk van de financiële markten die een financiering van een defined benefit toezegging sterk bemoeilijkten.
Provincie Oost-Vlaanderen sloot vanaf 1 januari 2022 aan bij het pensioenfonds OFP Prolocus.
De werkgeversbijdrage blijft onveranderd op 3%, het betreft nu een vast bijdragenplan (defined contribution), waarbij geen rendementen gegarandeerd worden.
Tweede pijler pensioenverzekering De Gavers
Op 1 januari 2020 kantelde het Autonoom Provinciebedrijf Provinciaal Domein De Gavers in in het provinciebestuur Oost-Vlaanderen.
De loontrekkenden met een contract van onbepaalde duur die werden aangeworven voor 1 januari 2004 waren aangesloten bij groepsverzekering 673 betreffende aanvullende pensioenen (WAP) van Ethias. Het provinciebestuur nam deze verzekering over voor de reeds aangeslotenen die nog steeds in dienst zijn. Het gaat op 31 december 2024 om 5 medewerkers.
De loontrekkenden met een contract van onbepaalde duur die werden aangeworven tussen 1 januari 2004 en 1 januari 2007 waren aangesloten bij groepsverzekering 4258, type vaste bijdragen, van Ethias. Het provinciebestuur nam deze verzekering over voor de reeds aangeslotenen die nog steeds in dienst zijn. Het gaat op 31 december 2024 om 3 medewerkers.
Risico's inzake hangende juridische geschillen
Terug naar navigatie - Overzicht van de financiële risico's - Risico's inzake hangende juridische geschillenIn onderstaande tabel een overzicht van de lopende juridische geschillen.
| Overzicht hangende juridische geschillen met aannemers, leveranciers of personeelsleden | |||
| Thema | Korte beschrijving | Verweerder of eiser | Bedrag, impact, budgettair gevolg |
| Personeelsleden | Procedure 2 | Eiser | Nietigverklaring beslissing kamer van beroep |
| Procedure 1 | Verweerder | 6.484,30 EUR | |
| Aannemers | Vordering inzake een overheidsopdracht | Verweerder | 236.682,20 EUR |
| Vordering met betrekking tot bouw CVO Groeipunt Wetteren | Eiser/Verweerder | Schade nog niet begroot | |
| Vordering met bettrekking tot rechtmatige beëindiging overeenkomst en betaling prestaties tot einde overeenkomst | Verweerder | Schade nog niet begroot | |
| Ruimtelijke uitvoeringsplannen & omgevingsvergunningen | Vordering met betrekking tot een vergunningsbeslissing | Verweerder | 1 EUR provisioneel en 75.000.000 EUR schadevergoeding |
| Vordering met betrekking tot een PRUP | Verweerder | 1 EUR provisioneel | |
| Vordering met betrekking tot een PRUP | Verweerder | 1 EUR provisioneel | |
| Vordering met betrekking tot een PRUP | Verweerder | Vordering om planschade vast te stellen | |
| Vordering met betrekking tot een vergunningsbeslissing | Verweerder | 1 EUR provisioneel en de aanstelling van een gerechtsdeskundige; de totale schade wordt door eiser begroot op 4.324.576,05 EUR | |
| Vordering met betrekking tot een vergunningsbeslissing | Verweerder | 1 EUR provisioneel | |
| Recreatiedomeinen | Vordering met betrekking tot organisatie markt | Verweerder | 5.000 EUR |
| Schade/burgerlijke partij | Eiser | Te bepalen | |